8 februari 2010
Geduld is een schone zaak

In café Geduld is het altijd fijn.
Vol en gezellig.
Baco en de Herder zingen achter de bar mee met de jaren vijftig-dames die uit de boxen klinken.
Aan de bar eet ik een pepersteak.
Eigenlijk eet ik geen vlees, maar ik ben de lafste vegetariër van het land.

“Ik drink nooit meer,” zei ik tegen vriendin F., toen ik naast haar aan de bar op een kruik klom.
“Was het leuk?” vroeg ze.
“Mwoa,” zei ik. Ik bestelde een thee.
Het was wel leuk. Heel leuk zelfs, ik word altijd alleen zo verdomde melancholisch tegen vieren. Ik was maar de kroeg uit geslopen. Lekker naar huis zwengelen op de fiets en dan naar bed met een emmer ernaast.
“Ik ga dat dus nooit meer doen,” zei F. “Een maand niet drinken.”
“Heb jij een maand niet gedronken?” vroeg ik verbaasd.
“Ja. In januari. Maar dat doe ik dus ook nooit meer.” Ze stak haar hand op voor nog een bier.
“Als je maand niet gedronken hebt ga je daarna alleen maar meer drinken,” vervolgde F. haar verhaal. “Ik heb die hele maand-niet-drinken de afgelopen week netjes ingehaald.”

Ik zit dus aan een pepersteak met een kopje thee.
We proosten.
“Op de liefde dan maar?” opper ik verveeld.
“Waarom proosten mensen eigenlijk nooit ergens tegen?” vraagt F.
We eten aan de bar. Het is druk en de andere wachtende koppels kijken allemaal veel ongelukkiger dan wij. Maar ja, F. en ik hebben dan geen relatie. Ja, nee, we hebben er wel een, maar niet met elkaar.
“Heb jij ook zo’n hekel aan van die walgelijk gelukkige stelletjes?” vraagt F.
“Ja,” zeg ik, “best wel. Ik geloof ze ook nooit, van die gelukkige mensen. Ik denk altijd dat ze liegen. Of dat ze zelf niet door hebben dat het eigenlijk helemaal niet kan, bij mensen, een euforische relatie. Op een dag dan kom je er toch achter dat je als mens eigenlijk altijd alleen maar op jezelf let. Júíst in een walgelijk gelukkige relatie.”
Ik verslik me in een stukje steak. F. klopt me op de rug.
“Ik ben anders kei-gelukkig,” zegt Baco Pirelli in het voorbijgaan, hij rent met drie borden in zijn hand de zaak in.
“Ja maar, jij hebt al zoveel ongeluk gehad dat jij dat nu wel moet,” zeg ik.
“Ja,” zegt F. “Karmisch gezien.”
“Ach dames,” zegt Henk de Herder terwijl hij onze tafel afruimt. “Jullie hebben makkelijk praten met die relaties van jullie. Ik val op heteroseksuele mannen. Los dat maar eens op.”
“We zijn allemaal verwende decadente kleuters,” zeg ik.
Ik bestel een Licor 43 bij het toetje. Ik ben een laffe niet-drinker.
“Tegen de walgelijk gelukkige liefde,” zegt F.
“Juist,” zeg ik.
“Nee,” zegt de Herder, “tegen de nadorst.”
“Juist,” zegt Baco.
We proosten. We kijken naar de stelletjes die na hun zwijgend genuttigde maaltijd het café alweer verlaten.
“Het komt wel goed,” zeg ik tegen de Herder. Ik tap hem op zijn hand.
Baco poetst de bar. “Geduld is een schone zaak,” mompelt hij.
Inderdaad.
Gelukkig weten wij heus wel precies hoe het zit: dat leven.
Toch?
Ach ja.
Tot die tijd zitten we hier, in café Geduld.

8 februari 2010
Heerlijk nieuws!

Ik vind het altijd zo fijn als mensen zich laten verbouwen en er dan ineens uitzien als een travestiet.
De kers op de Van Der Valk-appelmoes!

Komaan mensen, dit is toch gewoon Jiskefet?

7 februari 2010
Hoe P de DJ de dag redde

“Wat ben je aan ‘t doen?”
“…”
“Hallo? Ben je daar nog?”
“Ik ben depressief. Ik lig al de hele dag in bed.”
“O.”
“Ja.”
“Zal ik je komen halen?”
“Blurgh.”
“Kan hoor.”
“En dan wat?”
“Gaan we naar het bos.”
“En dan?”
“Een stuk lopen. Dat is goed voor je.”
“…”
“Echt hoor.”
“En dan een pannekoek.”
“Oké.”
“Met gember.”
“Is goed.”
“…”
“Ben je daar nog?”
“Ja, wacht even. Ik ben uit bed aan het komen.”

2 februari 2010
Mijn lievelings hekjes

1.
zaai.jpeg

2.
“Hee… Hèjij nog ‘n dèkbèdovertrèk?”
“Ja, dah hek. Hoezo?”

3.
Op Twitter:
stopdetijd.jpg
Kilk!

27 januari 2010
Admiraal Geert

Zoals verschenen in .Unst 17.

caranavalsjans2.jpg

Opgroeien in een dorpje onder de rook van Venlo is voor niemand echt leuk, maar op feesten en partijen maak ik altijd de blits met het verhaal dat ik ooit carnaval met Geert Wilders heb gevierd.
Mijn oudste broer schept wel eens op dat Geert Wilders zich heel vroeger in zijn stamkroeg altijd helemaal suf blowde, maar mijn andere broer en ik hebben een beter verhaal.
Vastelaovend in Venlo, we schrijven het jaar 2002.
Met een vriendengroep uit het dorp stonden we in De Witte. Een vriend van ons zat in de Venloose gemeentepolitiek en was bevriend met Geert Wilders, die toen nog netjes in de schaduw van Ayaan Hirsi Ali voor de VVD in de Tweede Kamer zat. Ik weet niet of hij toen al bewaking had, maar wat ik wel weet is dat hij bier met ons dronk en dat zijn geblondeerde hoofd rustig meedeinde op de Vasteloavendkrakers door de boxen. Geert was verkleed als admiraal en op een polonaise heb ik hem niet kunnen betrappen, maar ja: polonaiselopen is in Venlo nu eenmaal nooit echt een populaire bezigheid geweest.

Mijn broer was verkleed als Fidel Castro, zoals elk jaar. Compleet met kindermachine geweer en een vriend verkleed als Ché. Daarbij droeg hij een grote Che Guevarra-vlag bij zich, waarmee we met z’n allen iedereen op de foto zetten met een wegwerpcamera. Telefoons met een camera waren destijds nog niet zo in zwang en als je er al een had, dan nam je die niet mee de kroeg in met Carnaval.
Toen Geert aan de beurt was, bood mijn broer hem na een bier een punt van de vlag aan.
Geert bedankte vriendelijk.
Maar mijn broer liet zich na een aantal pilsjes niet zomaar meer met een kluitje het riet insturen.
Dit was Geert Wilders en die zat in de VVD en hijzelf had een Ché Guevarra-vlag en een fototoestel.
Één en één is twee, niet?
Hij drong aan en Geert begon zijn hoofd te schudden, zijn witte helm stevig op het hoofd.
Met kracht probeerde mijn broer de punt van de vlag in Geerts hand te proppen, als een vervelende tante die je een vijfguldenmunt voor je verjaardag wilt geven, terwijl je toch echt vijfentwintig had verwacht.
Het mocht niet baten.
Geert zei nee en begon van zich af te slaan, waarna mijn broer besloot dan maar de vlag over hem heen te gooien.
Geert zich verzette zich als een tonijn in een visnet en maaide met zijn armen woest om zich heen.
Bier spatte in de rondte.
Het was even stil, zo tussen twee nummers door.
De vlag viel op de grond.
Geert beende boos De Witte uit en wij bleven achter met lege glazen en een volle wegwerpcamera.

Die foto’s van de wegwerpcamera bleken na afdrukken allemaal onder belicht.
En rondje hadden we die avond van Geert ook al niet gekregen.

20 januari 2010
Soms heb ik het gevoel dat we in een jongensfilm uit de jaren ‘80 terecht zijn gekomen

18 januari 2010
Het was weer een gezellige dag op Facebook, die 14e januari

Dirk van Pelt zoekt nog een titel voor een dichtbundel
14 January at 16:23
30 comments

Lucas de Waard
‘Zachtjes huilen in de achtbaan.’
14 January at 16:39

Lucas de Waard
‘Een hart van peperkoek, een ruggengraat van trekdrop.’
14 January at 16:47

Rinske Verberg
‘Het ongerezen deeg’
14 January at 16:47

Lucas de Waard
‘Ruilverkaveling me reet!’
14 January at 16:48

Dirk van Pelt
‘Mijn Plompverloren Onschuld’
14 January at 16:52

Dirk van Pelt
‘Almaar Wijzende Wachters’
14 January at 16:53

Rinske Verberg
‘Onterechte hobbels’
14 January at 17:01

Rinske Verberg
‘De semi-ecoloog’
14 January at 17:01

Lucas de Waard
‘Het hoe en waarom van poestasaus.’
14 January at 17:13

Lucas de Waard
‘Vingeren op de kliko.’
14 January at 17:14

Lucas de Waard
‘Alle 47 volstrekt overbodig.’
14 January at 17:15

Dirk van Pelt
Moegestreden Middagen
14 January at 17:22

Lucas de Waard
‘Rijmen is voor homo’s.’
14 January at 17:26

Joost Layla
‘Kul’
14 January at 17:50

Lucas de Waard
Ik ga voor die van Joost.
14 January at 18:00

Rinske Verberg
‘Het rechtsdraaiende linkeroog’
14 January at 18:17

Nasja Covers
‘Drank, of hoe Dirk zijn witlofschotel in de oven liet staan en wat hij daarvan vond.’
14 January at 18:32

Nasja Covers
‘Hallo! Ik ben Dirk en ik heb een paar gedichten geschreven, kijk maar:’
14 January at 18:33

Lucas de Waard
“Zilte schilfers op mijn ziel’ en nog 29 uiterst onaangename gedichten’ van Dirk van Pelt
14 January at 18:42

Dirk van Pelt
Ja, die.
Nu nog gedichten.

14 January at 19:49

Matthijs Rotte
“en hier laat ik een plaatje zien”
14 January at 20:25

Rinske Verberg
‘kijkadvies: niet doen.’
14 January at 20:38

Matthijs Rotte
“Dikke Dirk 1″
14 January at 21:40

Matthijs Rotte
‘t hoeft niet altijd moeilijk te zijn.
14 January at 21:40

Roeth Uit Utrcht
Ik stem op nasja & Lucas
14 January at 23:18

Michiel Tolsma
Pijn, spijt en steunkousen
14 January at 23:20

Dirk van Pelt
‘Dat wat had kunnen zijn, in 29 matige gedichten. Met echte stukjes pijn.’
14 January at 23:44

Roeth Uit Utrcht
hhhm, nee, zou ik niet uit de schappen graaien… (ook een titel trouwens)
14 January at 23:55

Anne Lichthart
ik kijk nu al uit naar de reeks dichtbundels van Lucas
Fri at 00:13

Hanneke Hendrix
Ik ga dit denk ik toch echt even copy-pasten naar mijn weblog.
2 seconds ago

18 januari 2010
De Moker op de Radio

Vannacht de eerste aflevering van De Moker op Radio 1, een nieuw radiodrama van Jeroen Stout en ’s Neerlands hoorspelheldin Marlies Cordia.
Van kwart voor één tot één, daar waar Bommel vroeger zat.

Over het wel en vooral het wee van Harry “de Moker” Pruis in de jaren zeventig op de Wallen.
Kort door de bocht.

wallen.jpg

Én waarbij de ondergetekende alsmede Dirk van Pelt, Christine Geense en Kasper Jansen glansrijk gezamelijk de rollen van achtergrondgemummel, discussiërende krakers en schreeuwende hooligans op zich namen.

Hoezee!

17 januari 2010
Zijn meisje

Op een dag dan vindt zo’n man zichzelf voor de deur van de H&M, terwijl zijn echtgenote (die zijn meisje, dat meisje dat hij ooit had en die hij toen zograag zijn meisje noemde –dat zei hij ook vaak “mijn meisje”-, had opgegeten) binnen door de rekken gaat, zonder een sigaret, want dat roken waar hij zo van hield, dat heeft hij opgegeven.
Dan vindt zo’n man zichzelf voor de deur en dan kijkt hij naar zijn schoenen en naar de mensen die voorbij lopen en af en toe ziet hij iemand die ontsnapt is aan dat waar hij zichzelf zojuist in vond.
Een man van zijn leeftijd met een kind op zijn nek, allebei lachend, en dan zo lachend dat de man er niet uitziet alsof hij dat kind maar ieder ander weekend mag meenemen van de advocaat van zijn vrouw, maar alsof hij iedere dag lacht met zijn kind op zijn nek. Of de man met de pijp die voorbij loopt, met een grijze lichtgekrulde snor, en dan niet zo’n man met een pijp en een snor die doet alsof hij aan de teleurstellingen van het leven ontkomen is, maar een man met een pijp en een snor die zijn teleurstellingen omarmt heeft, zo’n man met een pijp en een snor waar het altijd fijn mee aan de bar zitten is, waarnaast het niet eng is om naast te zitten in de trein, een man die pijp rookt omdat hij gewoon graag pijp rookt en een snor heeft omdat hij graag de puntjes van de snor tussen zijn vingers rolt.
De man die voor de winkel wacht is niet ontsnapt.
Zijn vrouw en hij zijn hetzelfde.
Daarin zijn ze niet alleen.
Het was belangrijk om een studie af te maken en na de studie was het belangrijk om een baan te vinden en na het vinden van de baan was het belangrijk om weg te komen uit dat studentenhuis en nadat het appartement werd gekocht was het belangrijk om een goede relatie te vinden en na het vinden van die goede relatie was het belangrijk om samen iets groters te kopen en na het kopen van het huis was het tijd om aan kinderen te denken, want dat deed ze ineens, aan kinderen denken, want ze hadden nu toch alles en nog steeds miste er iets en ze hadden geen kinderen dus toen was het belangrijk en fijn om een kindje te krijgen en toen ze het kindje hadden gekregen kregen ze nog een kindje en toen op een dag hadden ze alles en nog was er dat gevoel dat er wat miste.

De man staat voor de H&M en hij weet dat hij vergeten is dat hij en zijn vrouw er in het begin al waren.
Toen zij nog zijn meisje was.
Dat hij het is vergeten dat er dagen waren dat het ’t allerbelangrijkste was dat hij op de fiets zat en dat de zon scheen en dat de stad het mooist was en dat hij wist dat ze thuis was en dat ze die avond zou koken in die keuken van dat vieze studentenhuis.

Nu is het te laat.
Ze hebben een huis, ze hebben kinderen en ze zijn familie geworden.
Ze horen bij elkaar.

Ze zijn het vergeten, hoe de lucht voelt, de eerste dag dat na de winter de jas uit kan in het park.

16 januari 2010
Nul woorden tellende omschrijving van het opstap gaan van gisteravond

how-grandma-got-her-groove-back-small.jpg